Verloop van het onderzoeksproces en methodologie

In de eerste fase van ons onderzoek was onze bedoeling de competenties van leerkrachten in een school met een katholiek geïnspireerd opvoedingsproject te inventariseren aan de hand van een representatief aantal projecten van scholen. Al snel bleek deze insteek weinig relevante informatie op te leveren. We besloten om eerst enkele verkennende interviews te doen met enige ‘specialisten’ ter zake’, mensen die actief zijn in de aanvangsbegeleiding van nieuwe leerkrachten (bij een directeur, bij een mentor en bij de congregationele pedagogische begeleidingsdiensten).  Tezelfdertijd verruimden we als onderzoeksteam onze kijk op de katholieke identiteit van een school door vorming en literatuur. Op basis van hiervan kwamen tot interne visietekst en een eerste ruw overzicht van competenties.
 
In een tweede fase wilden we deze competenties toetsen op relevantie en bruikbaarheid bij de  betrokkenen uit het werkveld. Daartoe maakten we gebruik van de methode van het focusgroepen. We verzamelden directies uit het basisonderwijs, directies uit het secundair onderwijs, vertegenwoordigers van schoolbesturen en ook uit katholieke lerarenopleidingen. Aan elk van deze vier groepen werd de visie en het model uiteengezet. Op semi-gestructureerde wijze werd nadien in gesprek gegaan. Deze vier gesprekken werden geregistreerd om nadien te kunnen uitschrijven en verwerken. De rijke groepsinteracties bezorgden ons de nodige feedback, zowel over de achtergrondvisie als over het voorgestelde competentiemodel.  Op basis van die suggesties hebben we verder kunnen nadenken en de lijst met competenties aangepast. We voelden ook de nood om onze visie op katholieke identiteit visueel meer zichtbaar te maken, als een essentieel element van de verzameling van competenties. Daarom werden de zeven verschillende domeinen van competenties ook visueel ingebed in de interactie tussen professionaliteit en opvoedingsproject. 
  
In de laatste fase was de aandacht gericht op de confrontatie  van het vernieuwde model met het huidige curriculum van de lerarenopleidingen aan de KAHOSL, campus Waas. Via een reflectieopdracht en digitale bevraging voor de lectoren wensten we beter in kaart te brengen waar in onze opleidingen al werk wordt gemaakt van de geformuleerde competenties. Onze bedoeling was om de goede aspecten te bevestigen en versterken. Eventuele leemtes wilden we op het spoor komen om te kunnen optimaliseren.  De resultaten van de bevraging van onze collega’s in de opleiding bleken uiteindelijk niet bruikbaar voor de doelstelling die we voor ogen hadden. De oorzaken daarvoor zijn waarschijnlijk divers. In ieder geval mochten we vaststellen dat onze visie en het gebruikte begrippenkader niet zonder meer vanzelfsprekend worden begrepen, zoals wij bedoeld hebben. Daarmee werd ons meteen ook de nood aan vorming en begeleiding duidelijk, indien de resultaten van dit onderzoek vruchtbaar willen zijn in het werkveld. Dezelfde nood hadden we ook al opgemerkt in de verschillende focusgroepen.
 
Om aan deze vraag alvast een stuk tegemoet te komen en ook als een verantwoording van de reeds geformuleerde competenties, begonnen we het model ‘in de diepte’ uit te werken. Zonder enige pretentie van volledigheid hebben we geprobeerd om de (gelovige) fundamenten van de competenties kort te expliciteren. We willen daarmee iets laten proeven van de pedagogische kracht van de katholieke geloofstraditie
 
 Daarnaast ontwikkelden we een didactische werkvorm voor onze laatstejaarsstudenten uit de lerarenopleiding, met de bedoeling om op een korte tijdsspanne de thematiek te introduceren We stelden ook enige ‘reflectievragen voor leerkrachten’ op, waarvan we denken dat ze geschikt zijn om bedenkingen en dialoog uit te lokken. Hiermee willen we bijdragen tot een groter bewustzijn bij leerkrachten en de bespreekbaarheid verhogen.