‘Pedagogische gemeenschap’ als sleutelbegrip

Wanneer we een identiteit op schoolniveau voorstellen waarbij het opvoedingsproject een centrale plaats inneemt, dan wordt de pedagogische gemeenschap een sleutelbegrip. Een gemeenschap wordt gekenmerkt doordat haar leden bepaalde gemeenschappelijke doelen hebben. Voor een school betekent dit dat er onder alle betrokkenen – bestuursleden, leidinggevenden, leerkrachten, ouders en andere aangestelde of vrijwillige personeelsleden – een eensgezindheid bestaat over de pedagogische grondopties van de school. Let wel, het gaat hier heel duidelijk over een pedagogische gemeenschap. Een school is geen parochie of geloofsgemeenschap. Maar ze werkt wel vanuit de overtuiging dat ze haar kernopdracht, nl. opvoeden en onderwijzen, beter kan realiseren als alle medewerkers het opvoedingsproject samen dragen.

Een pedagogische gemeenschap is telkens opnieuw op te bouwen. Het is geen voorafgegeven entiteit waaraan een leerkracht zich moet aanpassen. Elke participant telt. Iedereen wordt opgeroepen, vanuit zijn of haar rol en competentie, te delen in de realiteit van het pedagogische project. Dat is altijd een ‘work-in-progress’, onderweg en nooit af. De gemeenschap wordt juist opgebouwd in het samen zoeken naar wegen om haar doelstellingen te realiseren. Doelstellingen en wegen die trouwens zelf ook niet voor altijd vastliggen, maar een dynamisch gegeven zijn.

Het concept van de pedagogische gemeenschap impliceert een ‘bewust ingroeien’ en ‘zich verbinden aan’; het betekent het opnemen van verantwoordelijkheid en engagement. Diverse factoren kunnen ervoor zorgen dat iemand tewerkgesteld wordt in een bepaalde school (nabijheid, toevallige vacature, reaffectatie,…), maar uiteindelijk moet de betrokkene doorheen een proces van ingroei (wat een zekere tijd vraagt) zich verbinden aan het gedeelde project. Het zou geen automatisme mogen zijn dat een leerkracht in een school toekomt en er blijft. Gaandeweg zou van beide kanten moeten duidelijk worden of de leerkracht zich thuis kan voelen en zich voluit kan engageren voor het opvoedingsproject van de school.

Het gedeelde project betekent echter niet noodzakelijk dat iedereen er in gelijke mate aan participeert. Een pedagogische gemeenschap respecteert de vrijheid en de diversiteit van de medewerkers. Dit betekent ook dat de leden van de gemeenschap hun eigen accenten mogen leggen in het pedagogische project. De gemeenschap kan en mag gelaagd zijn.

Het is juist in de ‘trialoog’ – het voortdurende gesprek tussen het katholieke referentiekader, het pedagogische project van de school en de levensbeschouwelijke overtuigingen van de medewerkers – dat de school tot een katholiek geïnspireerde pedagogische gemeenschap uitgroeit.

We moeten er waakzaam over zijn om ‘gemeenschap’ niet al te gemakkelijk te verstaan om geen valse verwachtingen te creëren: een gemeenschap is niet noodzakelijk een vriendenclubje. De gemeenschap wordt opgebouwd op basis van de gemeenschappelijke doelen en waarden, niet op spontane wederzijdse
sympathie voor collega’s. Gemeenschap vormen is evenmin proberen om de meest intieme overtuigingen op elkaar af te stemmen, maar constructief samenwerken voor ‘de zaak’.

 Lees meer …